Loon, vakantie en arbeidsongeschiktheid
Home » Diensten » Zeevarende » Zee-arbeidsovereenkomst » Loon, vakantie en arbeidsongeschiktheid
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 13-03-2019.

Loon, vakantie en arbeidsongeschiktheid

Loon
In de artikelen 7:706 tot en met 7:716 BW zijn bepalingen opgenomen omtrent het loon van de zeevarende. Artikel 7:717 BW ziet voorts op bepalingen inzake de aanspraak op vakantie. Op basis van artikel 7:711 BW hebben zeevarenden recht op een buitengewone beloning voor de dagen waarop zij werkzaamheden tot behoud van het schip, de opvarenden en de zaken aan boord hebben verricht. Indien een schip (dat niet bestemd is voor sleepdienst) aan een in open zee aangetroffen schip sleepdienst bewijst, hebben de zeevarenden recht op een aandeel in het sleeploon. In de praktijk kan vooral het sleeploon voor de bemanning van het schip een financieel interessante aanvulling vormen op het basisinkomen. De schakelbepaling van 7:696 lid 1 heeft onder meer tot gevolg dat bijvoorbeeld de verschuldigde verhoging bij niet tijdige betaling van het loon ex 7:625 BW ook van toepassing is op de zee-arbeidsovereenkomst.

Vakantie
De vakantieregeling wijkt af van het normale aantal van twintig wettelijke vakantiedagen. De meeste Nederlandse zeevarenden zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en genieten tussen twee reizen door (betaald) compensatieverlof. Dit verlof duurt doorgaans even lang als de gemaakte en de daarop volgende te maken reis. Dit wordt ook wel aangeduid als het ‘op-af-systeem’. Vanwege de grote hoeveelheid compensatieverlofdagen komen Nederlandse zeevarenden vaak eens niet toe aan het opnemen van het normale aantal van dertig vakantiedagen. Op grond van artikel 7:696 lid i BW zijn de bepalingen uit afdeling 7.10.3 BW – inzake vakantie en verlof – van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan in artikel 7:717 BW niet is afgeweken. Zo verjaren de vakantiedagen van de zeevarende – in afwijking van die van de gewone werknemer – niet na vijf jaar maar reeds na drie jaar.

Arbeidsongeschiktheid
De bepalingen ten aanzien van arbeidsongeschikte zeevarenden zijn opgenomen in de artikelen 7:734 tot en met 7:734m BW. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen de (ingevolge de Ziektewet of een daarmee overeenstemmende regeling van een EU-lidstaat) ‘verzekerde zeevarende’ en de ‘niet-zeevarende’ (de niet op grond van de Ziektewet of een daarmee overeenstemmende regeling van een EU-lidstaat verzekerde zeevarende). Beide categorieën zeevarenden hebben recht op doorbetaling van het volledige loon, indien zij ziek zijn aan boord van het schip of worden achtergelaten in een ander land dan waar zij hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben. Het recht op 100% loondoorbetaling geldt gedurende twaalf weken, maar eindigt als de zeevarende passende arbeid verkrijgt, dan wel terugkeert naar zijn woonplaats of gewone verblijfplaats. Vanaf dat moment gelden voor de verzekerde zeevarende op wie tevens de bepalingen van artikel 7:629 BW van toepassing zijn enkel nog het in artikel 7:629 BW bepaalde en heeft die zeevarende wettelijk gezien nog slechts recht op, kort gezegd, 70% van het laatstverdiende loon. Voor deze zeevarende geldt tevens dat de dagen waarop hij zich ziek aan boord bevond of in een vreemd land waarin hij was achtergelaten bij de berekening van de periode van 104 weken mogen worden meegeteld. De niet-verzekerde zeevarende heeft voor ten hoogste 52 weken recht op 80% van het laatstverdiende loon. De termijn van 52 weken gaat lopen vanaf het moment dat de zeevarende zich niet langer aan boord van het schip bevindt en nog steeds ziek is. In artikel 7:734e tot en met 7:734k BW zijn regels opgenomen voor het geval een niet op grond van de Ziektewet verzekerde zeevarende in verband met zijn arbeidsovereenkomst een ongeval overkomt. Deze zeevarende heeft bij voortdurende arbeidsongeschiktheid gedurende maximaal drie jaar recht op een uitkering van 70% van zijn loon.

Voor de toepassing van artikel 7:734f BW wordt in artikel 7:734f lid 4 BW een definitie gegeven van arbeidsongeschiktheid: een zeevarende wordt geheel of gedeeltelijk ongeschikt geacht tot werken, indien hij ten gevolge van een ongeval als bedoeld in artikel 7:734e BW geheel of gedeeltelijk ongeschikt is geworden tot arbeid. In artikel 7:734e BW wordt gesproken over een ongeval dat een zeevarende in verband met zijn arbeidsovereenkomst is overkomen (lid 1). Voor de toepassing hiervan worden met een ongeval, in verband met de arbeidsovereenkomst overkomen, gelijkgesteld de ziekten voorkomende op een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen lijst van (beroeps)ziekten (lid 2). Deze ziekten zijn opgesomd in artikel 4 lid 1 van het Besluit aanspraken zeevarenden, arbeidsbemiddeling en terbeschikkingstelling van arbeidskrachten in de zeevaart . Hoewel dit besluit nog niet zo lang geleden in werking is getreden, is deze lijst sterk verouderd én helaas limitatief opgesteld. Op deze lijst geen moderne ziekten voor zoals een Burn-out en PTSS. Komt de zeevarende ten gevolge van een ongeval te overlijden, dan hebben zijn nagelaten betrekkingen recht op een uitkering ineens.

Tot slot is niet onbelangrijk dat de inlener, respectievelijk de scheepsbeheerder, onder bepaalde voorwaarden aansprakelijk kan worden gehouden voor de nakoming van de verplichtingen met betrekking tot het voldoen van het verdiende loon, de naleving van bepalingen omtrent vakantieaanspraken en doorbetaling van loon bij arbeidsongeschiktheid van de zeevarende ten gevolge van ziekte, zwangerschap of bevalling.

Print of deel dit artikel online