Bij het Rijk

Bij het Rijk

Op 28 juni 2017 hebben de Minister van BZK en de vakbonden de overeenkomst VWNW-beleid en WW-dossier getekend. Een van de belangrijkste afspraken die partijen hebben gemaakt, is dat er vanaf 1 januari 2018 een structureel en gewijzigd Van Werk Naar Werk (VWNW)-beleid van toepassing wordt binnen het Rijk. De bovenwettelijke WW-regeling wordt versoberd zodra de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 van kracht wordt voor rijksambtenaren.

Het rijksbrede VWNW-beleid biedt in geval van reorganisaties regelingen en voorzieningen om een ambtenaar naar ander werk te begeleiden.

Belangrijke elementen in de afspraken voor Van Werk naar Werk bij het Rijk zijn:

  • Het VWNW-beleid is structureel vastgelegd.
  • Bij het vaststellen van overtolligheid zullen vanaf 1 januari 2020 de medewerkers die recht hebben op een AOW-uitkering als eerste moeten vertrekken. Dit is in lijn met de nieuwe beleidsregels van het UWV.
  • De vrijwillige VWNW-fase wordt voortaan aangeduid als de voorbereidende VWNW-fase. De maatwerkfase wordt vanaf nu afrondende fase genoemd.
  • Er is niet langer een (gedetailleerde) contourenschets nodig voor het instellen van de voorbereidende fase, maar er kan worden volstaan met een globale omschrijving van de nieuwe organisatie. Idee is om de voorbereidende fase op die manier sneller en makkelijker te laten aanvangen.
  • Er komt een rijksbrede pilot, waarbij een remplaçantenmakelaar medewerkers gaat helpen als zij plaats willen maken voor iemand die overtollig is geworden.
  • Het plafond in de stimuleringspremie wordt verhoogd tot het plafondbedrag van de transitievergoeding (momenteel € 77.000) en  ieder jaar geïndexeerd.
  • De overlegverplichting in artikel 49t van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) wordt uitgebreid met een afspraak over de inzet van de vakbonden bij de voorlichting en begeleiding van medewerkers.
  • Indien specifieke omstandigheden daartoe aanleiding geven, mag er voor bepaalde groepen personeel worden afgeweken van het VWNW-beleid.
  • Voor de peildatum voor afspiegeling wordt de datum van vaststelling van het reorganisatiebesluit gekozen.
  • De stimuleringspremie (een voorziening als een VWNW-kandidaat afziet van zijn aanspraak op het begeleidingstraject en voorzieningen) wordt vanaf 1 januari 2018 gelijk aan de hoogte van de maximale transitievergoeding.
  • Bij outsourcing kunnen ambtenaren er niet meer voor kiezen om hun werk niet te volgen.

In de overeenkomst wordt geanticipeerd op de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op 1 januari 2020. Vastgesteld wordt dat het gevolg van de Wnra is dat de transitievergoeding ook op rijksambtenaren van toepassing wordt. Dat zou kunnen betekenen dat ontslagen ambtenaren vanaf 1 januari 2020 aanspraak kunnen maken op én de transitievergoeding én de bovenwettelijke uitkeringen. Dat werd niet wenselijk geacht. Daarom is afgesproken dat vanaf het moment dat de transitievergoeding van toepassing wordt er in plaats van de bovenwettelijke uitkering een nieuwe aanvulling op de werkloosheidsuitkering geïntroduceerd wordt.

De belangrijkste afspraken over de WW zijn:

  • De WW en bovenwettelijke WW worden vervangen door een driejarige uitkering en een transitievergoeding.
  • Voor ieder gewerkt jaar wordt een maand uitkering opgebouwd met een maximum van 38 maanden (waarvan 24 maanden WW en 14 maanden bovenwettelijke aanvulling).
  • Voor de medewerker die meer dan 10 jaar bij het Rijk heeft gewerkt en nog maximaal 8 jaar heeft tot aan de AOW-leeftijd wordt de duur van de uitkering verlengd tot aan de AOW-leeftijd.
  • De uitkering bedraagt in de eerste twee maanden 75% en daarna 70% van het laatstverdiende salaris.
  • De transitievergoeding wordt uitgekeerd bij ontslag. Deze bedraagt maximaal momenteel € 77.000.

De aanpassing van de bovenwettelijke WW gaat in op het moment dat de transitievergoeding van toepassing wordt op het rijkspersoneel (voorzien op 1 januari 2020).

Print of deel dit artikel online