Binding aan cao

Binding aan cao

De cao is van toepassing als:

  • een werknemer lid is van een vakbond, die de cao heeft afgesloten;
  • de werkgever de cao zelf heeft gesloten of als hij lid is van een werkgeversorganisatie die de cao heeft afgesloten en als de werkingssfeer van toepassing is. Deze (gebonden) werkgever is dan ook verplicht de cao na te komen; dat wil zeggen aan te bieden aan de werknemers in zijn organisatie die geen lid zijn van de bij de cao betrokken vakbonden;
  • de cao deel uitmaakt van een individuele arbeidsovereenkomst via een zogenaamd incorporatiebeding;
  • de cao algemeen verbindend is verklaard en de werkingssfeer van toepassing is.

De cao geldt ook voor de werkgever of werknemer die tijdens de looptijd van de cao lid wordt van een werkgevers- of werknemersvereniging. Dit geldt dan vanaf het moment van lidmaatschap. Als het lidmaatschap van een werkgevers- of werknemersvereniging tijdens de looptijd van een cao eindigt, verandert er niets aan de gebondenheid aan die cao. Pas als de cao zelf eindigt of wordt gewijzigd, eindigt de gebondenheid.

Incorporatiebeding
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst komen werkgevers vaak tot een zogeheten incorporatiebeding. In dit beding staat dan opgenomen dat een bepaalde cao (en de volgende versies daarvan) op de individuele arbeidsovereenkomst van toepassing is.

Een incorporatiebeding biedt zekerheid:

  • als de werkgever in de arbeidsovereenkomst met elke werknemer een incorporatiebeding opneemt, weet hij zeker dat iedereen onder de cao valt, in plaats van alleen de werknemers die lid zijn van de cao-sluitende vakbond;
  • de werkgever bevestigt via het incorporatiebeding aan de werknemer zijn verplichting om de ongebonden werknemer conform de cao te behandelen;
  • de werknemer kan rechtstreeks beroep doen op de arbeidsvoorwaarden uit de cao die deel zijn gaan uitmaken van zijn arbeidsovereenkomst en hij kan deze via een rechterlijke procedure afdwingen.
Print of deel dit artikel online