Doelstelling
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 13-03-2019.

Doelstelling

Doelstelling
De Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) beoogt per 1 januari 2020 een zo groot mogelijke eenvormigheid tussen de rechtspositie van ambtenaren en werknemers tot stand te brengen. De Wnra houdt in hoofdzaak in, dat het publiekrechtelijke en eenzijdige karakter van de ambtelijke aanstelling en de eenzijdige vaststelling van arbeidsvoorwaarden worden vervangen door de tweezijdige arbeidsovereenkomst, waarop in de meeste gevallen een collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is. Daarmee wordt ook de publiekrechtelijke rechtsbescherming tegen handelingen en besluiten ten aanzien van ambtenaren beëindigd. Rechtsbescherming zal privaatrechtelijk van karakter zijn.

Zijn er na 1 januari 2010 geen ambtenaren meer?
De Wnra beoogt niet een einde te maken aan het eigen karakter van het ambtenaar schap, noch de benaming ambtenaar van de kaart te vegen. De benaming ambtenaar blijft bestaan en deze ambtenaar heeft een overheidswerkgever. De Ambtenarenwet zal worden gehandhaafd, zij het in een sterk gewijzigde vorm. De nieuwe Ambtenarenwet 2017 regelt de onderdelen van de ambtelijke status, die nauw verbonden zijn met het bijzondere karakter van het werken bij de overheid en daarmee uitstijgen boven de zaken die tot het echte arbeidsvoorwaardenoverleg behoren. Het gaat daarbij het afleggen van de eed, integriteit, nevenwerkzaamheden, belangenverstrengeling en grondrechten.

Wie houdt er na 1 januari 2020 zijn publiekrechtelijk geregelde rechtspositie?
De Wnra strekt zich niet tot alle ambtenaren uit. Bepaalde groepen van overheidswerknemers worden ervan uitgesloten. Het gaat daarbij om een beperkte groep ambtenaren die om uiteenlopende redenen ook in de toekomst hun huidige publiekrechtelijk geregelde ambtelijke rechtspositie dienen te behouden. Aan militaire ambtenaren worden met het oog op hun inzetbaarheid dermate vergaande eisen gesteld, gepaard gaande met bijzondere beperkingen van hun grondrechten (onder andere op het gebied van het stakingsrecht) dat een publiekrechtelijke rechtspositie het meest aangewezen moet worden geacht om hun arbeidsverhouding te regelen. Een andere groep waarvan de publiekrechtelijke rechtspositie dient te worden gehandhaafd betreft de zittende magistratuur en de leden van de Hoge Colleges van Staat. Gezien het feit dat hun kerncompetentie onafhankelijkheid is, kunnen zij niet in een arbeidsverhouding worden gepositioneerd waarin de gezagsverhouding centraal staat. Ten slotte dient ook de publiekrechtelijke rechtspositie behouden van een groep van benoemde ambtsdragers, zoals ministers, staatsecretarissen, burgemeesters en de commissarissen van de Koningin, te worden gehandhaafd. Hetzelfde geldt voor leden van zelfstandige bestuursorganen waarop thans titel III van de Ambtenarenwet van toepassing was. Gezien het feit dat hun arbeidsrelatie meer door politiek-bestuurlijke dan door arbeidsrechtelijke verhoudingen wordt bepaald, dienen ook zij een publiekrechtelijke rechtspositie te behouden. De Wnra is geen rijkswet en die geldt daarom niet voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. De WNRA geldt ook niet voor de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Samengevat komt het erop neer dat de volgende groepen hun publieke rechtspositie behouden:

  • politieke ambtsdragers (bijvoorbeeld ministers, staatssecretarissen, commissarissen van de koning, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders);
  • leden van de Hoge Colleges van Staat (leden van de Eerste en Tweede Kamer, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en de Nationale ombudsman);
  • leden van adviescolleges en zelfstandige bestuursorganen;
  • de rechterlijke macht (rechters, officieren van justitie en procureurs-generaal);
  • alle defensieambtenaren (zowel militair als burgerpersoneel);
  • alle politieambtenaren (politieagenten, rechercheurs en administratief en technisch personeel; notarissen en gerechtsdeurwaarders).

Wat blijft er over van de Ambtenarenwet voor wie?
In de Ambtenarenwet 2017 blijven onderwerpen als het integriteitsbeleid, het vervullen van vertrouwensfuncties, geheimhoudingsbepalingen en het beperken van grondrechten publiekrechtelijk geregeld. Dit betekent onder andere dat de ambtenaar ook onder de nieuwe Ambtenarenwet:

  • verplicht is om de eed of belofte af te leggen;
  • verplicht is tot geheimhouding van informatie die hij in het kader van zijn functie heeft verkregen, voor zover dit uit de aard van de informatie volgt;
  • zonder toestemming van zijn werkgever geen giften van derden mag aannemen;
  • geen nevenwerkzaamheden mag verrichten als daardoor de goede vervulling van zijn functie of het goede functioneren van de openbare dienst in gevaar komt;
  • verplicht is om mogelijk riskante nevenwerkzaamheden te melden.
Print of deel dit artikel online