Arbeidsongeschiktheid en re-integratie
Home » Diensten » Overheidswerkgever » Personele zaken » Arbeidsongeschiktheid en re-integratie
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 13-03-2019.

Arbeidsongeschiktheid en re-integratie

Een werknemer, die ziek is, meldt zich op de 1e verzuimdag tijdig bij de juiste persoon, vaak de leidinggevende, ziek. Iedere onderneming kan zijn eigen reglement of verzuimprotocol bij ziekmelding opstellen. Het is belangrijk dat werkgever en werknemer zich tijdens ziekte houden aan de voorschriften van de Wet Verbetering Poortwachter. UWV controleert de activiteiten in het kader van re-integratie als de ziekte langer dan twee jaar voortduurt en de werknemer een WIA-uitkering moet aanvragen. UWV kan maatregelen opleggen (bijvoorbeeld een loonsanctie) als niet aan de regels wordt voldaan.

Re-integratie kan op twee manieren
Eerste spoor: de werknemer gaat weer werken bij zijn huidige werkgever. Eventueel in een nieuwe of aangepaste functie. Tweede spoor: de werknemer kan niet meer terecht bij zijn huidige werkgever en er wordt gezocht naar ander passend werk bij een andere werkgever.

Verplicht re-integratietraject
Om te zorgen voor een snelle en effectieve re-integratie is de regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar ingesteld. Deze schrijft voor wat werkgever en werknemer moeten doen vanaf de eerste week van de ziekmelding. De belangrijkste stappen in dit re-integratieproces zijn:
Week 6 – Binnen zes weken moet de bedrijfsarts een probleemanalyse maken. Hierin staat waarom de werknemer niet kan werken, wat de mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer de werknemer het werk weer denkt te kunnen hervatten.
Week 8 – Binnen acht weken stelt de werkgever samen met de werknemer een Plan van Aanpak op. In dit plan wordt beschreven wat beide partijen gaan doen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Het Plan van Aanpak is gebaseerd op de probleemanalyse.
Week 42 – De werkgever meldt de zieke werknemer bij het UWV.
Week 44 – De werkgever ontvangt van het UWV een bevestiging en krijgt informatie over de activiteiten die ondernomen moeten worden in het tweede ziektejaar.
Week 52 – Werkgever en werknemer vullen samen het eerstejaarsevaluatie formulier in.
Week 91 – Hebben alle inspanningen niet geleid tot terugkeer naar het werk, dan moet de werknemer een WIA-aanvraag indienen bij het UWV. Daarvoor stelt de werkgever een eindevaluatie op en een re-integratieverslag. Het UWV beoordeelt de re-integratie-inspanningen eerst voor een eventuele WIA-uitkering toegekend wordt.

Verplichte evaluatie
De wet verplicht werkgevers en werknemers om elke zes weken een voortgangsgesprek te houden over de ontwikkelingen in het re-integratieproces. Als dit proces voortduurt, wordt het re-integratieverloop na het eerste jaar bekeken en wordt bepaald wat de stappen voor het komende jaar zullen zijn.

Re-integratiedossier en re-integratieverslag
De werkgever moet alle re-integratie inspanningen bijhouden in een re-integratiedossier. Dit vormt de basis van het re-integratieverslag dat aan het einde van het re-integratietraject moet worden opgemaakt en dat dient om te beoordelen of werkgever en werknemer wel voldoende hebben gedaan. Het re-integratieverslag moet in het kader van de WIA-aanvraag bij UWV worden ingeleverd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Zowel de werkgever als de zieke werknemer zijn verantwoordelijk voor de re-integratie. Dat betekent dat beiden er alles aan moeten doen om de getroffen werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Partijen moeten ondersteund worden door een gecertificeerd verzuimbedrijf. Dat kan een arbodienst zijn, maar mag ook een ander gespecialiseerd bedrijf zijn. Als er maar wel een bedrijfsarts bij aangesloten is.

Werk aan een voorspoedige re-integratie:

  • Zorg voor een goed beleid met betrekking tot verzuim.
  • Blijf contact houden met de medewerker. Zo blijft de medewerker betrokken bij de onderneming en ontstaat er geen barrière met de werkvloer en collega’s.
  • Probeer de medewerker te activeren voor werk, al is het maar voor een paar uur per week.
  • Start de re-integratie zodra bekend is over welke functionele mogelijkheden de zieke werknemer nog beschikt.
  • Neem als uitgangspunt hetgeen dat de werknemer nog wel kan, in plaats van wat de werknemer niet kan.
  • Laat het UWV of uw arbodienst naar het Plan van Aanpak kijken.
  • Wijs ook uw werknemer voldoende op diens verplichtingen.
  • Vraag hulp van uw arbodienst of een re-integratiebedrijf. Gebruik daarbij wel uw gezond verstand en wees kritisch op de ingeschakelde deskundigen. Werk samen, maar houd de controle, de werkgever is eindverantwoordelijke in het gehele ziekteproces, ook voor de inzet van deskundigen zoals een bedrijfsarts, arbeidsdeskundige of arbodienst.
  • Houd tijdens het gehele ziekteproces een duidelijk dossier bij. UWV toetst de re-integratie inspanningen op tijdigheid, adequaatheid en resultaatgerichtheid.
  • Zet op tijd een arbeidsdeskundige in die kan onderzoeken of de werknemer het eigen werk kan hervatten, of dat er passend werk binnen het eigen bedrijf is. Dit heet spoor 1 en doet u bij voorkeur in het 1e jaar van ziekte, mits re-integratie mogelijk is.
  • Zet op tijd spoor 2 in als blijkt dat werknemer niet terug kan keren in het eigen bedrijf. Hierbij kijkt u of re-integratie mogelijk is bij een ander bedrijf. Samenloop van spoor 1 en 2 is in bepaalde gevallen mogelijk.
  • Vraag een deskundigenoordeel (DO) aan bij UWV als de re-integratie stagneert of als u het niet eens bent met de bedrijfsarts. Het DO is een tussentijds oordeel over de re-integratie. Hierdoor weet u of u op de goede weg bent.
  • Zet een mediator in bij meningsverschillen of conflicten met uw werknemer.
  • Werk samen met andere ondernemingen voor de re-integratie van een zieke werknemer bij een andere werkgever.
  • Ga na welke subsidies en voorzieningen het UWV biedt bij een structurele beperking wegens ziekte/gebrek.
  • U kunt een verlenging van de loondoorbetalingverplichting aanvragen bij UWV. Telkens met drie maanden. Dit lijkt onlogisch, maar in deze drie maanden kunt u bij het verwachten van een loonsanctie alsnog proberen aan uw verplichtingen te voldoen. De kosten zijn bij succes lager dan de kosten van een loonsanctie.

Loondoorbetaling bij ziekte
Werknemers die ziek zijn, krijgen hun loon doorbetaald. Na twee jaar stopt in beginsel de verplichting tot loondoorbetaling, mits de zieke werknemer dan een WIA-uitkering krijgt. Als een werkgever te weinig heeft gedaan aan de re-integratie kan hij verplicht worden tot doorbetaling van maximaal van nog één jaar. Dit wordt een loonsanctie genoemd. Bij werknemers in dienst van het Rijk, de Provincie, de Gemeente en het waterschap staat in de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling vermeld, (los van de sanctie van UWV) hoe er wordt omgegaan met loonbetaling in een eventueel derde ziektejaar. Dit levert dus per sector specifieke informatie op.

De zieke werknemer mag na de ziekteperiode alleen worden ontslagen, als:

  • er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar,
  • herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en
  • het bevoegd gezag van oordeel is dat duurzame re-integratie in arbeid die aansluit bij de benutbare mogelijkheden van de ambtenaar, niet binnen een redelijke termijn te verwachten is.

Lees hier over ontslag.

 

Print of deel dit artikel online