Transitievergoeding
Home » Diensten » Werknemer » Ontslagrecht » Transitievergoeding

Transitievergoeding

Bij ontslag (of als uw werkgever uw tijdelijke contract niet verlengt) krijgt u recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding). De transitievergoeding is bedoeld voor onder meer het volgen van een opleiding, om zo makkelijker een andere baan te vinden. Dit is niet verplicht. Een voorwaarde voor de transitievergoeding is wel dat u minimaal 2 jaar in dienst was. De verwachting is dat deze voorwaarde met de komst van de Wet Arbeidsmarkt in Balans verdwijnt en iedereen aanspraak kan maken op de transitievergoeding bij beëindiging van een dienstverband. De hoogte van de transitievergoeding hangt af van de hoogte van het salaris en de duur van uw dienstverband. De transitievergoeding is voor de eerste tien jaren van het dienstverband gelijk aan een zesde van het maandsalaris voor elke periode van zes maanden dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd en een kwart van het maandsalaris voor elke periode van zes maanden dat de werknemer langer dan tien jaar in dienst is geweest.[1] Alleen volledig volgemaakte perioden van zes maanden tellen mee (er wordt dus niet naar boven afgerond). De vergoeding is vanaf 1 januari 2019 maximaal € 81.000 bruto of 1 jaarsalaris, als dat hoger is. Voor de vaststelling wordt gerekend met het (bruto) maandsalaris bestaande uit: vakantiegeld, eindejaarsuitkering(en), eventuele bonus(sen), ploegentoeslagen, en overwerkvergoedingen van de laatste 12 maanden.

Let op! Indien u wel recht heeft op een transitievergoeding maar deze niet (of niet geheel) heeft gekregen, dan dient u (om het recht op de transitievergoeding te behouden) binnen drie maanden na het ontslag de rechter in te schakelen!

Gedeeltelijke transitievergoeding
Als de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk wordt beëindigd heeft u mogelijk recht op een gedeeltelijke transitievergoeding. Dit heeft de Hoge Raad op 14 september 2018 bepaald. Voor een gedeeltelijke transitievergoeding moet sprake zijn van: een noodzaak tot gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld vanwege bedrijfseconomische redenen of langdurige arbeidsongeschiktheid), een verlies van minimaal 20% van de arbeidsuren door de (gedeeltelijke) beëindiging en de verwachting dat het verlies van arbeidsuren blijvend is.

Geen of verminderde transitievergoeding
U heeft geen recht op een transitievergoeding of een verminderd recht op een transitievergoeding: als u zelf ontslag neemt, sprake is van ontslag met wederzijds goedvinden (partijen mogen dan zelf afspraken maken over een eventuele ontslagvergoeding), sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan uw kant, u ontslag krijgt omdat u AOW krijgt of met pensioen gaat of in een cao een vergelijkbare regeling staat.

Speciale regeling voor kleine werkgevers
Voor kleine werkgevers met gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst, gelden 2 speciale regelingen tot 1 januari 2020. De werkgever hoeft niet de hogere transitievergoeding te betalen die geldt voor werknemers die bij ontslag 50 jaar of ouder zijn en 10 jaar of langer in dienst. Daarnaast geldt de ‘tijdelijke overbruggingsregeling transitievergoeding’ bij een ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen door een slechte financiële situatie. Deze regeling gaat ervan uit dat het dienstverband begon op 1 mei 2013, de jaren ervoor worden niet meegenomen. De werknemer krijgt misschien hierdoor niet de hele transitievergoeding.

[1] Als de werknemer bij het eindigen of niet voorzetten van de arbeidsovereenkomst 50 jaar of ouder is en de arbeidsovereenkomst ten minste 10 jaar heeft geduurd, is de transitievergoeding voor elke periode van zes maanden dat de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar bij de werkgever in dienst is geweest, gelijk aan de helft van het maandsalaris.

 

Print of deel dit artikel online