Herplaatsingsplicht
Home » Diensten » Werkgever » Ontslagrecht » Herplaatsingsplicht
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 13-03-2019.

Herplaatsingsplicht

Als u als werkgever een werknemer wilt ontslaan, dan moet u eerst de werknemer proberen te herplaatsen in een andere passende functie binnen het bedrijf. Gekeken moet worden naar functies die aansluiten bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer. Of u als werkgever voldoende heeft gedaan aan herplaatsing, wordt getoetst door het UWV of de kantonrechter, in samenhang met de ontslaggrond, die u heeft aangevoerd. Blijkt dat u onvoldoende inspanningen heeft verricht, dan zal het UWV geen toestemming verlenen voor opzegging van de arbeidsovereenkomst en de kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst niet ontbinden. Er geldt geen herplaatsingsplicht als u een werknemer op staande voet of tijdens een proeftijd ontslaat. U hoeft ook geen passende functie aan te bieden als dat niet past bij de reden van de opzegging.

De tijd, die u moet nemen voor herplaatsing, is gelijk aan de termijn voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. In een cao of de arbeidsovereenkomst kan een afwijkende opzegtermijn worden opgenomen. Voor werknemers met een arbeidshandicap geldt een standaard herplaatsingstermijn van 26 weken. Dit geldt ook voor werknemers die u vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid wilt ontslaan. U moet dan aannemelijk maken dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en de werknemer de werkzaamheden niet in aangepaste vorm zal kunnen verrichten.

 

Print of deel dit artikel online