Arbeidsongeschiktheid en re-integratie
Home » Diensten » Werkgever » Personele zaken » Arbeidsongeschiktheid en re-integratie
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 19-03-2019.

Arbeidsongeschiktheid en re-integratie

Een werknemer die ziek is, meldt zich op de 1e verzuimdag tijdig bij de juiste persoon, vaak de leidinggevende, ziek. Ieder bedrijf kan zijn eigen reglement of verzuimprotocol bij ziekmelding opstellen. Tijdens ziekte heeft de werkgever de wettelijke plicht minimaal 70% van het loon door te betalen gedurende 104 weken. Een cao, arbeidsvoorwaardenregeling of verzuimreglement kan een hoger percentage bevatten. Ook geeft het Burgerlijk Wetboek zowel werkgever als werknemer de verplichting mee te werken aan re-integratie van de zieke werknemer (art. 7:658a en 7:660a BW). Zo is de werknemer bijvoorbeeld verplicht gehoor te geven aan de oproep van een Arbo- of bedrijfsarts. Het is belangrijk dat werkgever en werknemer zich tijdens ziekte houden aan de voorschriften van de Wet Verbetering Poortwachter. UWV controleert de activiteiten in het kader van re-integratie als de ziekte langer dan twee jaar voortduurt en de werknemer een WIA-uitkering moet aanvragen. UWV kan maatregelen opleggen (bijvoorbeeld een loonsanctie) als niet aan de regels wordt voldaan.

Re-integratie kan op twee manieren
Wordt een werknemer langdurig ziek dan moet deze weer zo snel mogelijk aan passende arbeid worden geholpen. Dit kan binnen het bedrijf van de huidige werkgever of bij een nieuwe werkgever. Volgens de Wet verbetering poortwachter moet er eerst worden onderzocht of de werknemer bij zijn huidige werkgever kan terugkeren, in eerste instantie in de eigen functie. Is dit niet mogelijk, dan in een andere functie binnen het eigen bedrijf. Dit wordt ook wel het 1e spoor genoemd. Lukt het niet de werknemer bij zijn huidige werkgever aan passende arbeid te helpen, dan moet de werkgever samen met de werknemer op zoek naar passende arbeid bij een andere werkgever. Dit wordt het 2e spoor genoemd.

1e spoor: In het 1e spoor wordt onderzocht of er voor de werknemer passende arbeid binnen het bedrijf van de huidige werkgever is. Dit kan de huidige functie zijn of een andere beschikbare functie. De verzuimbegeleiding 1e spoor is een onderdeel van het re-integratiedossier en kan eventueel gelijktijdig met een 2e spoor worden ingezet. In het 1e spoor kan worden gekeken naar: aanpassen van de werkplek, aanpassen van de functie, gedeeltelijke werkhervatting, andere werktijden. Deze punten moeten duidelijk terugkomen in het Plan van Aanpak en de bijstellingen hiervan. Hierin staat duidelijk wat de mogelijkheden van de werknemer zijn. Zo is voor het UWV duidelijk wat er is gedaan aan de re-integratie.

2e spoor: Als in het 1e spoor duidelijk wordt dat een zieke werknemer niet meer bij de huidige werkgever aan de slag kan, dient het 2e spoor te worden opgestart. Dit moet duidelijk terugkomen in het re-integratiedossier. Een arbeidsdeskundige of bedrijfsarts kan aangeven of het nodig is om een 2e spoortraject te starten.

Verplicht re-integratietraject
Om te zorgen voor een snelle en effectieve re-integratie is de regeling Procesgang eerste en tweede ziektejaar ingesteld. Deze schrijft voor wat werkgever en werknemer moeten doen vanaf de eerste week van de ziekmelding. De belangrijkste stappen in dit re-integratieproces zijn:
Week 6 – Binnen zes weken moet de bedrijfsarts een probleemanalyse maken. Hierin staat waarom de werknemer niet kan werken, wat de mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer de werknemer het werk weer denkt te kunnen hervatten.
Week 8 – Binnen acht weken stelt de werkgever samen met de werknemer een Plan van Aanpak op. In dit plan wordt beschreven wat beide partijen gaan doen om de werknemer weer aan het werk te krijgen. Het Plan van Aanpak is gebaseerd op de probleemanalyse.
Week 42 – De werkgever meldt de zieke werknemer bij het UWV.
Week 44 – De werkgever ontvangt van het UWV een bevestiging en krijgt informatie over de activiteiten die ondernomen moeten worden in het tweede ziektejaar.
Week 52 – Werkgever en werknemer vullen samen het eerstejaarsevaluatie formulier in.
Week 91 – Hebben alle inspanningen niet geleid tot terugkeer naar het werk, dan moet de werknemer een WIA-aanvraag indienen bij het UWV. Daarvoor stelt de werkgever een eindevaluatie op en een re-integratieverslag. Het UWV beoordeelt de re-integratie-inspanningen eerst voor een eventuele WIA-uitkering toegekend wordt.

Verplichte evaluatie
De wet verplicht werkgevers en werknemers om elke zes weken een voortgangsgesprek te houden over de ontwikkelingen in het re-integratieproces. Als dit proces voortduurt, wordt het re-integratieverloop na het eerste jaar bekeken en wordt bepaald wat de stappen voor het komende jaar zullen zijn.

Re-integratiedossier en re-integratieverslag
De werkgever moet alle re-integratie inspanningen bijhouden in een re-integratiedossier. Dit vormt de basis van het re-integratieverslag dat aan het einde van het re-integratietraject moet worden opgemaakt en dat dient om te beoordelen of werkgever en werknemer wel voldoende hebben gedaan. Het re-integratieverslag moet in het kader van de WIA-aanvraag bij UWV worden ingeleverd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Zowel de werkgever als de zieke werknemer zijn verantwoordelijk voor de re-integratie. Dat betekent dat beiden er alles aan moeten doen om de arbeidsongeschikte werknemer zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Partijen moeten hierbij ondersteund worden door een gecertificeerd verzuimbedrijf. Dat kan een Arbodienst zijn, maar mag ook een ander gespecialiseerd bedrijf zijn. Als er maar wel een bedrijfsarts bij aangesloten is.

Lees hier over loondoorbetaling bij ziekte en een voorspoedige re-integratie.

Print of deel dit artikel online