‘min-max’ contract
Home » Diensten » Werknemer » Arbeidsovereenkomst » ‘min-max’ contract
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 19-03-2019.

'min-max' contract

Een ‘min-max’ contract heeft de volgende kenmerken:

  • De werknemer heeft een contract voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd voor een minimumaantal uren per week, maand of jaar. Dit zijn de garantie-uren.
  • Werknemer en werkgever spreken af voor hoeveel uren de werknemer kan worden opgeroepen. Dit zijn de max-uren.

Recht en plichten van de werknemer bij een ‘min-max’ contract:

  • Voor de garantie-uren krijgt de werknemer altijd betaald, ook als de werkgever de werknemer niet oproept om te komen werken.
  • De werknemer moet werken tot het afgesproken maximum aantal oproepbare uren.
  • De werkgever betaalt loon voor het totaal aantal uren dat de werknemer werkt.
  • De werknemer krijgt voor de uren boven de garantie-uren in de eerste zes maanden alleen uitbetaald als de werknemer ook daadwerkelijk werkt.
  • Als de werknemer langer dan 6 maanden in dienst is geldt wel een loondoorbetalingsplicht, als de werknemer is ingeroosterd en niet kan werken door een oorzaak die voor risico van de werkgever komt. De werknemer heeft dan recht op doorbetaling van het loon. Dit heet de loondoorbetalingsverplichting. Dit kan anders zijn als dat bij cao is bepaald. Dit kan alleen voor werkzaamheden die incidenteel van aard zijn en geen vaste omvang hebben. Bijvoorbeeld als een werknemer vervangt bij ziekte. In dat geval heeft de werknemer alleen recht op uitbetaling van de uren die de werknemer werkt.
  • Heeft de werknemer met de werkgever afgesproken dat hij minder dan 15 uur per week werkt? Dan heeft hij iedere keer dat de werkgever werknemer oproept, recht op minimaal 3 uur loon. Ook als de werknemer maar 1 uur werkt.
  • De werknemer kan een beroep doen op het rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. In dat geval wordt het vermoeden aangenomen dat de vaste arbeidsduur gelijk is aan de gemiddelde arbeidsduur van de afgelopen 3 maanden.
  • De ketenregeling is van toepassing, in een periode van twee jaar mogen maximaal drie tijdelijke contracten worden gegeven. Na twee jaar of het vierde tijdelijke contract ontstaat er een overeenkomst voor onbepaalde tijd.
  • De werkgever moet uiterlijk één maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk informeren over het feit of hij de arbeidsovereenkomst met de werknemer wel of niet voortzet. Dit heet de aanzegplicht. De werknemer heeft mogelijk recht op een vergoeding als je werkgever dit niet doet. Dit geldt niet voor arbeidsovereenkomsten die zijn aangegaan voor een periode van korter dan zes maanden.
  • In een cao kunnen afspraken staan die mogelijk gelden. Lees hier meer over de collectieve arbeidsovereenkomst (cao).
Print of deel dit artikel online