Aanzegplicht
Home » Diensten » Werknemer » Arbeidsovereenkomst » Aanzegplicht
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 13-03-2019.

Aanzegplicht

Door middel van artikel 7:668 lid 1 onder a BW introduceert de WWZ (sinds 1 juli 2015) een aanzegplicht voor de werkgever. Deze aanzegplicht houdt in dat een werkgever uiterlijk een maand voordat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (langer dan zes maanden) van rechtswege eindigt, de werknemer schriftelijk moet informeren over het feit of hij de arbeidsovereenkomst met de werknemer voortzet. De aanzegplicht geldt zowel voor het wel voorzetten als het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Als wel wordt voorgezet moeten ook de voorwaarden voor de voortzetting worden meegedeeld. Voldoet de werkgever niet aan deze verplichting dan dient hij een vergoeding ter hoogte van het loon over een maand te betalen aan de werknemer. De vergoeding wordt naar rato van de vertraging vastgesteld. Dus, is een werkgever een week te laat met aanzeggen, dan moet hij nog een vergoeding ter hoogte van één week loon uitbetalen. De vordering voor de werknemer vervalt drie maanden na de dag waarop de aanzegplicht is ontstaan, dit is dus twee maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst.

Print of deel dit artikel online